Gedragscode voor alle medewerkers in katholieke Kerk van België

De gedragscode voor al wie beroepshalve of als vrijwilliger in de Kerk werkt, is een nieuwe belangrijke stap in de strijd tegen seksueel misbruik.

De afgelopen decennia hebben honderden mensen zich gemeld als slachtoffer van seksueel misbruik in een pastorale relatie. De katholieke Kerk van ons land probeerde niet alleen de slachtoffers in de mate van het mogelijke recht te doen, maar werkte ook een omstandig preventiebeleid uit. Een nieuwe, belangrijke stap daarin is de ontwikkeling van een deontologische code voor medewerkers.

De Gedragscode voor wie werkt in de Kerk geldt voor iedereen die in de Kerk, zowel ambtshalve als vrijwillig, werkt met kwetsbare volwassenen, jongeren en kinderen: priesters, religieuzen, diakens en pastoraal werkenden; pastoraal verantwoordelijken in groepen of bewegingen; verantwoordelijken voor misdienaars, jeugd- of jongerenkoren, catechese, Pluswerkingen, jongerentochten of -bedevaarten en andere activiteiten met kinderen of jongeren.

De code onderstreept eerst en vooral en nogmaals dat wie op de hoogte wordt gebracht of een ernstig vermoeden heeft van seksueel misbruik of grensoverschrijdend gedrag, alle mogelijkheden moet benutten die de beroepsethiek en de wetgever aanreiken om dit te melden, het te beëindigen of te voorkomen.

Evaluatie en (na)vorming

De klemtoon ligt op blijvende waakzaamheid en geregelde evaluatie. Leidinggevenden en collega’s moeten samen zorg dragen voor de professionaliteit van hun team. Wie werkt in de Kerk zal geregeld uitgenodigd worden op vormingsactiviteiten al of niet met verplichte deelname. De Interdiocesane Commissie voor de Bescherming van Kinderen en Jongeren zal toezicht houden op de organisatie en de inhoud ervan. De auteurs van de gedragscode zijn zich ervan bewust dat de lat hoog ligt. De misdaden en misstappen in het verleden zijn dan ook schrijnend groot. Dit mag zich nooit meer herhalen.

Elf leef- en werkregels

De brochure schuift 11 concrete leef- en werkregels naar voren waarvan wordt verwacht dat al wie in de Kerk werkzaam is ze in zijn/haar omgang met kinderen en jongeren hanteert.

  • Bejegen hen met eerbied, beluister hen en betrek hen bij beslissingen die hen aanbelangen.

  • Wees een voorbeeld en bied houvast zonder bezitterig of belerend te doen.

  • Werk aan transparante en correcte omgangsvormen.

  • Zorg voor een cultuur van openheid waarin ze hun vragen en zorgen kunnen verwoorden.

  • Maak hen bewust van wat wel en niet aanvaardbaar is.

  • Vermijd netelige situaties die tot verdachtmaking of beschuldiging kunnen leiden.

  • Weet dat onschuldige gedragingen (zoals een kind of jongere omarmen) anders kunnen worden geïnterpreteerd dan je bedoelt.

  • Vermijd situaties waarin iemand zich met kinderen of jongeren afzondert, of activiteiten opzet waarbij derden niet kunnen meekijken.

  • Organiseer pastorale activiteiten met kinderen en jongeren in een daartoe gepaste omgeving en op gepaste tijden.

  • Voorkom elk gebruik van geweld, seksuele zinspelingen, provocerende gebaren of beeldmateriaal dat kinderen of jongeren in hun menselijke waardigheid kan kwetsen.

  • Bevoordeel bepaalde kinderen of jongeren niet met geschenken, geld, aandacht of genegenheid.

Praktische info

Download de inhoud van de brochure (in pdf).